Schorseneer Duplex is een klassieke wintergroente met lange, diepzwarte wortels en roomwit vruchtvlees. De smaak is zacht, lichtzoet en subtiel nootachtig en wordt vaak vergeleken met asperges, waardoor schorseneer ook wel de 'winterasperge' wordt genoemd.
De wortels zijn heerlijk gekookt, gestoomd, gestoofd, geroosterd of gebakken en passen uitstekend in soepen, romige sauzen, stamppotten, ovenschotels, curry's en groenteschotels. Ook gepureerd of gegratineerd komt de verfijnde smaak uitstekend tot zijn recht. Jonge schorseneren kunnen bovendien rauw, fijn geraspt of in dunne plakjes worden verwerkt in salades, waar ze een frisse, lichtzoete smaak en een knapperige structuur geven. De smaak combineert uitstekend met boter, room, kaas, citroen, peterselie, bieslook, nootmuskaat, tijm, salie en zwarte peper, maar ook met vis, gevogelte, rundvlees en wildgerechten.
Schorseneren zijn rijk aan voedingsvezels, kalium en vitamine C en bevatten veel inuline, een natuurlijke voedingsvezel die geliefd is vanwege zijn prebiotische eigenschappen. Na de oogst kunnen de wortels gedurende de hele winter in de grond blijven zolang deze niet langdurig bevroren is. Ze zijn ook uitstekend enkele maanden houdbaar in vochtig zand of op een koele, vorstvrije plaats. Tijdens het schillen komt een kleverig melksap vrij dat snel verkleurt; draag daarom bij voorkeur handschoenen en leg de geschilde stukken direct in water met een scheutje melk of citroensap om verkleuring te voorkomen. Winterharde eenjarige. Hoogte: 80 - 120 cm.
Buiten zaaien: april - juni
Kiemtijd: 15 - 20 dagen
Kiemtemperatuur: 10 - 15 °C
Zaaidiepte: 1 - 2 cm
Plantafstand: 10 - 15 cm
Afstand tussen de rijen: 35 cm
Standplaats: zonnig
Dagen tot oogst: 180 - 200 dagen
Oogstperiode: oktober - maart
Schorseneer Duplex wordt rechtstreeks in de vollegrond gezaaid, omdat de lange penwortels slecht reageren op verplanten. Zaai vanaf april tot en met juni in een diep losgemaakte, stenenvrije bodem. Een lichte zandgrond of goed doorlatende leemgrond is ideaal, zodat de wortels lang, recht en onvertakt kunnen uitgroeien. Gebruik bij voorkeur geen verse stalmest of andere verse organische meststoffen, omdat deze de wortels kunnen laten vertakken of misvormen. Werk eventueel het najaar ervoor goed verteerde compost door de grond.
Zaai de zaden ongeveer 1 tot 2 cm diep in rijen met een onderlinge afstand van 35 cm. Bedek de zaden met een dun laagje aarde en houd de grond tijdens de kieming voortdurend licht vochtig. Bij een bodemtemperatuur van ongeveer 15 °C verschijnen de eerste kiemplanten meestal na 15 tot 20 dagen. Wanneer de jonge planten groot genoeg zijn om te hanteren, worden ze uitgedund tot een onderlinge afstand van 10 tot 15 cm. Hierdoor krijgen de wortels voldoende ruimte om zich volledig te ontwikkelen.
Kies een zonnige standplaats en houd de grond gedurende het groeiseizoen onkruidvrij. Geef tijdens langdurige droogte regelmatig water, zodat de wortels gelijkmatig groeien en niet verhouten of scheuren. Omdat schorseneer een langzaam groeiend gewas is, vraagt het weinig onderhoud, maar een gelijkmatige groei levert de mooiste en meest rechte wortels op.
De oogst begint doorgaans 180 tot 200 dagen na het zaaien, meestal vanaf oktober. Graaf de wortels voorzichtig en diep uit met een spitvork, omdat ze lang zijn en gemakkelijk afbreken. Een groot voordeel van schorseneer is dat de wortels uitstekend vorst verdragen. Ze kunnen daarom de hele winter in de grond blijven en naar behoefte worden geoogst zolang de bodem niet bevroren is. In gebieden met strenge vorst is het verstandig de grond af te dekken met stro of bladeren, zodat ook tijdens koude perioden geoogst kan worden.
Wanneer alle wortels in één keer worden gerooid, kunnen ze enkele maanden worden bewaard in een koele, vorstvrije ruimte in vochtig zand. De wortels zijn daarnaast uitstekend geschikt om na kort blancheren in te vriezen. Pas een ruime vruchtwisseling toe en teel schorseneer bij voorkeur pas na vier jaar opnieuw op dezelfde plek om de kans op bodemgebonden ziekten te verkleinen.