Karwij is een winterharde, tweejarige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). In het eerste jaar vormt de plant een bladrozet van fijn ingesneden, licht vederachtig blad en een lange penwortel. De plant wordt dan ongeveer 20 cm hoog. In het tweede jaar ontwikkelt zich een stevige bloeistengel en bereikt de plant een hoogte van 60 tot 100 cm. Van mei tot en met juli verschijnen de kenmerkende witte tot lichtroze schermbloemen, waaruit later de aromatische karwijzaden – ook bekend als kummel – worden gevormd.
Karwij is een veelzijdige eetbare plant waarvan vrijwel alle delen kunnen worden gebruikt. Het jonge blad heeft een frisse, licht anijsachtige smaak en is heerlijk in salades, kruidenboter of als smaakmaker in soepen en stoofschotels. De penwortel uit het eerste groeijaar kan worden gekookt en bereid als wortel of pastinaak. De rijpe zaden hebben een warme, kruidige smaak en worden veel gebruikt in brood, kaas, zuurkool, koolgerechten, aardappelgerechten, stoofschotels, worst, koek en gebak. Ook zijn de zaden een belangrijk ingrediënt in diverse kruidenlikeuren, waaronder de bekende kummellikeur. Winterharde tweejarige. Hoogte: 20 - 100 cm.
Buiten zaaien: midden mei - september
Kiemtijd: 14 - 21 dagen
Kiemtemperatuur: 18 - 22 °C
Zaaidiepte: 1 - 1½ cm
Plantafstand: 15 - 20 cm
Afstand tussen de rijen: 40 cm
Standplaats: volle zon
Oogstperiode blad: juli (in het 1e jaar na zaaien)
Oogstperiode zaad: juli - augustus (in het 2e jaar na zaaien)
Karwij wordt rechtstreeks in de volle grond gezaaid. Dit vanwege de penwortel die de plant moeilijk te verplaatsen maakt. Zaai vanaf midden mei, zodra de kans op nachtvorst is verdwenen, tot uiterlijk september. Kies een zonnige standplaats met een goed doorlatende, vruchtbare en goed bemeste grond. Zaai de zaden 1 tot 1,5 cm diep in rijen met een onderlinge afstand van 40 cm. Bedek de zaden met een dunne laag aarde, druk de grond licht aan en houd het zaaibed tijdens de kieming gelijkmatig vochtig. Bij een bodemtemperatuur van 18 - 22 °C kiemen de zaden na ongeveer 14 tot 21 dagen. Omdat de kieming relatief langzaam verloopt, is het belangrijk het zaaibed in deze periode goed vochtig en onkruidvrij te houden.
Wanneer de jonge planten ongeveer 10 cm hoog zijn, kunnen ze worden uitgedund tot een onderlinge afstand van 15 tot 20 cm. Hierdoor krijgen de planten voldoende ruimte om een krachtige penwortel en een gezond bladrozet te ontwikkelen. Karwij is een tweejarige plant. In het eerste jaar vormt de plant uitsluitend een bladrozet met fijn ingesneden, veerachtig blad en een lange penwortel. Zowel het jonge blad als de wortel zijn eetbaar. Pas in het tweede jaar ontwikkelt de plant een stevige bloeistengel en verschijnen de karakteristieke witte schermbloemen. Omdat karwij pas in het tweede jaar zaad produceert, wordt de plant vaak gecombineerd met een eenjarig gewas, zoals bonen of erwten, zodat de beschikbare ruimte in het eerste jaar optimaal wordt benut.
Het jonge blad kan in juli van het eerste groeijaar worden geoogst voor gebruik in salades, soepen en andere gerechten. In het tweede jaar bloeit karwij vanaf mei tot en met juni. De rijpe zaden kunnen worden geoogst van juli tot augustus, zodra de zaadschermen bruin beginnen te kleuren. Knip de schermen af en hang ze ondersteboven te drogen boven een doek of opvangbak, zodat de rijpe zaden vanzelf uitvallen. Laat de geoogste zaadschermen volledig drogen op een warme, droge en goed geventileerde plaats. Wrijf daarna de zaden uit de schermen en bewaar ze in een goed afgesloten glazen pot of luchtdichte verpakking op een koele, droge en donkere plaats. Op deze manier blijven de karwijzaden minimaal 2 jaar aromatisch en geschikt voor culinair gebruik.