Citroenkattenkruid is een aromatische, winterharde, meerjarige plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Deze naar citroen ruikende vorm van gewoon kattenkruid onderscheidt zich door haar fris geurende bladeren, die een aangenaam aroma van citroen verspreiden. De bloemen variëren in kleur van wit met paarse vlekjes tot lichtblauw en verschijnen in lange bloeiaren. De plant is zeer aantrekkelijk voor bijen, hommels en vlinders en staat er bovendien om bekend een onweerstaanbare aantrekkingskracht op veel katten te hebben.
In de keuken worden vooral de jonge bladeren gebruikt. Ze hebben een frisse, citroenachtige smaak en zijn geschikt voor het bereiden van kruidenthee, zowel vers als gedroogd. Daarnaast kunnen de bladeren worden toegevoegd aan salades, fruitsalades, kruidenboter, desserts, siropen en verfrissende zomerdranken. De bloemen zijn eveneens eetbaar en vormen een decoratieve garnering voor salades, desserts en koude dranken.
Citroenkattenkruid kent een lange traditie als geneeskruid. De bladeren bevatten etherische olie, flavonoïden en andere aromatische stoffen. Van de bladeren wordt een kruidenthee gezet die traditioneel wordt gedronken vanwege de rustgevende en ontspannende werking. In de volksgeneeskunde wordt de thee daarnaast gebruikt ter ondersteuning bij verkoudheid, bronchitis, hoest, koorts en astma. Ook wordt zij traditioneel ingezet ter bevordering van de spijsvertering en bij lichte nervositeit. Hoewel deze toepassingen al eeuwen bekend zijn, is het wetenschappelijk bewijs voor veel van deze effecten beperkt.
Citroenkattenkruid kan ook worden gebruikt als natuurlijke kleurplant. De bloeiende toppen en bladeren leveren een zacht geelgroene tot lichtgele kleurstof, die vooral geschikt is voor het verven van wol en zijde. Met een beitsmiddel, zoals aluin, worden de kleuren helderder en beter lichtecht. De kleurintensiteit is subtiel en daardoor vooral geliefd voor zachte, natuurlijke tinten. Dankzij haar frisse citroengeur, veelzijdige culinaire toepassingen, traditionele medicinale waarde en geschiktheid als natuurlijke kleurplant is citroenkattenkruid een waardevolle aanwinst voor de kruiden-, sier- en bijentuin. Citroenkattenkruid bloeit van mei t/m oktober. Winterharde meerjarige. Hoogte: 60 - 100 cm. Breedte: 40 - 60 cm.
Binnen zaaien: maart - april
Buiten zaaien: mei - juli & september - oktober
Kiemtijd: 7 - 21 dagen
Kiemtemperatuur: 18 - 22 °C
Zaaidiepte: oppervlakkig
Plantafstand: 30 - 40 cm
Standplaats: volle zon, warm en beschut
Bloeiperiode: mei - oktober
Oogstperiode: mei - juli
Zaai vanaf maart tot april in zaaibakken of trays gevuld met vochtige zaaigrond. Strooi de zaden dun uit over het oppervlak en bedek ze niet met aarde, aangezien kattenkruid een lichtkiemer is. Druk de zaden slechts voorzichtig aan en houd de grond voortdurend licht vochtig. Dek de zaaibak af met een transparant deksel of folie om de luchtvochtigheid op peil te houden en plaats deze op een warme plek met een constante temperatuur van 18 - 22 °C. Vermijd een zonnige vensterbank, omdat de temperatuur daar sterk kan schommelen. Na 7 tot 21 dagen verschijnen de eerste zaailingen. Verwijder dan het deksel en zet de zaailingen op een lichte plaats.
Wanneer de jonge planten groot genoeg zijn om te hanteren, kunnen ze afzonderlijk worden opgepot. Begin vanaf begin mei met afharden door de planten gedurende 10 tot 14 dagen overdag buiten te zetten. Na deze wenperiode kunnen ze vanaf half mei, zodra er geen kans meer is op nachtvorst, op hun definitieve standplaats worden uitgeplant.
Vanaf mei, wanneer de kans op nachtvorst voorbij is, kunnen de zaden rechtstreeks in de volle grond worden gezaaid. Zaai dun en oppervlakkig en bedek de zaden niet. Druk ze alleen licht aan en houd de grond tijdens de kieming gelijkmatig vochtig. Het is ook mogelijk om in september of oktober buiten te zaaien. Tijdens de winter ondergaan de zaden een natuurlijke koudeperiode (stratificatie), wat de kieming in het voorjaar kan bevorderen. Wanneer de zaailingen voldoende ontwikkeld zijn, worden ze uitgedund tot een onderlinge afstand van 30 tot 40 cm.
Kattenkruid groeit het best op een warme, beschutte plaats in de volle zon met een goed doorlatende bodem. De plant verdraagt droogte goed en heeft, eenmaal gevestigd, alleen water nodig tijdens langdurige droge perioden. Natte grond wordt slecht verdragen; een goede afwatering is daarom essentieel. De plant vormt een brede, bossige pol die zich geleidelijk uitbreidt. Houd daarom voldoende ruimte tussen de planten. Net als veel andere soorten uit de lipbloemenfamilie kan kattenkruid minder sterke buurplanten verdringen.
Na de eerste bloei, van mei tot juli, kunnen de uitgebloeide bloemstengels worden teruggeknipt. Knip daarbij niet in het oude, verhoute hout. Door deze snoei blijft de plant compact en fris en volgt meestal een tweede bloei van augustus tot oktober. Kattenkruid is een winterharde, meerjarige plant die in ons klimaat zonder problemen buiten overwintert. De bladeren en jonge bloeiende scheuten kunnen worden geoogst van mei tot juli. Ze zijn vers of gedroogd te gebruiken voor kruidenthee, geurzakjes of andere kruidentoepassingen. Oogst bij voorkeur op een droge, zonnige dag voor het beste aroma.