De grote teunisbloem ook bekend als nachtkaars, is een winterharde tweejarige plant die in het eerste jaar een bladrozet vormt en in het tweede jaar lange, rechtopstaande bloemstengels ontwikkelt. Van juli tot en met september verschijnen de grote, heldergele bloemen, die zich pas tegen de avond openen. Op dat moment verspreiden ze een aangename, fris-citroenachtige geur die nachtvlinders, pijlstaarten en andere nachtactieve bestuivers aantrekt. Overdag worden de bloemen ook druk bezocht door bijen en hommels. Na de bloei ontstaan lange zaaddozen met talrijke zaden, waardoor de plant zich onder gunstige omstandigheden gemakkelijk uitzaait en jaar na jaar in de tuin kan terugkeren. Grote teunisbloem groeit het best op een zonnige, warme en beschutte standplaats in een goed doorlatende, bij voorkeur droge tot matig voedselrijke grond. Eenmaal goed gevestigd is de plant uitstekend bestand tegen droogte en lage temperaturen.
Vrijwel de gehele plant is eetbaar en daardoor verrassend veelzijdig in de keuken. De jonge bladeren hebben een milde, licht peperige smaak en zijn heerlijk rauw in salades of kort gestoofd als bladgroente. Oudere bladeren zijn steviger en komen beter tot hun recht in soepen, roerbakgerechten en stoofschotels. De jonge wortels, die in het eerste groeijaar worden geoogst, kunnen worden gekookt, gestoomd, geroosterd of verwerkt in stoofgerechten. Hun lichtzoete smaak doet denken aan schorseneer of pastinaak. In sommige landen staat de plant daarom ook bekend als ham root of king's cure-all. De bloemknoppen kunnen kort worden gekookt of gestoomd en vormen een smakelijke aanvulling op groentegerechten. De heldergele bloemen zijn eveneens eetbaar en zorgen voor een kleurrijke garnering van salades, desserts, taarten en zomerse drankjes. Ook de rijpe zaden zijn eetbaar; ze bevatten veel olie en kunnen worden geroosterd of verwerkt in brood, muesli en salademixen. De zachte, licht peperige en subtiel zoete smaak combineert uitstekend met aardappelen, wortelen, bieten, pompoen, courgette, spinazie en peulvruchten. Daarnaast past grote teunisbloem goed bij vis, gevogelte, geitenkaas en andere zachte kazen. Verse kruiden zoals peterselie, bieslook, tijm, citroenmelisse en dille versterken het frisse aroma van de plant.
Behalve culinair is grote teunisbloem ook bekend vanwege haar gezondheidsbevorderende eigenschappen. De zaden zijn rijk aan olie met onder andere gamma-linoleenzuur (GLA), een waardevol omega-6-vetzuur. Teunisbloemolie wordt daarom veel toegepast in de kruidengeneeskunde, homeopathie en cosmetische industrie. Daarnaast bevat de plant antioxidanten, vitaminen en diverse mineralen. Met een hoogte van 80 tot 150 cm en een breedte van 30 tot 50 cm vormt grote teunisbloem een opvallende verschijning in borders, natuurlijke tuinen en wildebloemenweiden. Dankzij de lange bloeistengels, de opvallende avondbloei, de aantrekkingskracht op bestuivers en de veelzijdige culinaire toepassingen is deze fraaie tweejarige plant zowel een waardevolle sierplant als een bijzondere eetbare plant voor de tuin. Winterharde tweejarige. Hoogte: 80 - 150 cm. Breedte: 30 - 50 cm.
Binnen zaaien: half februari - maart
Buiten zaaien: mei - juli
Kiemtijd: 14 - 28 dagen
Kiemtemperatuur: 15 - 20 °C
Zaaidiepte: oppervlakkig
Plantafstand: 50 cm
Afstand tussen de rijen: 35 cm
Standplaats: volle zon, warm en beschut
Dagen tot bloei: 320 dagen
Bloeiperiode: juli - september
Voor bloei in het eerste jaar kunnen de zaden vanaf half februari tot en met maart binnenshuis of in een koude bak worden gezaaid. Vul een zaaitray of potjes met een luchtige, licht zure en goed doorlatende zaaigrond, bij voorkeur met wat zand. Zaai de zaden oppervlakkig en bedek ze met hooguit 2 mm fijne grond of vermiculiet. De zaden hebben licht nodig om goed te kunnen kiemen. Houd de grond tijdens de kiemperiode voortdurend licht vochtig, maar voorkom dat deze nat wordt. Een kiemtemperatuur van ongeveer 18 °C geeft de beste resultaten. Om de luchtvochtigheid op peil te houden kunnen de zaaibakken tijdelijk worden afgedekt met een transparante kap of huishoudfolie.
De zaden kiemen doorgaans binnen 14 tot 28 dagen. Zodra de eerste kiemplantjes verschijnen, moet de afdekking direct worden verwijderd om schimmelvorming te voorkomen. Zet de jonge planten vervolgens zo licht mogelijk op een koele plaats, zodat ze compact en stevig blijven groeien. Wanneer de zaailingen enkele echte bladeren hebben ontwikkeld, kunnen ze afzonderlijk worden verspeend in potjes.
Vanaf mei, zodra er geen kans op nachtvorst meer is, kunnen de jonge planten geleidelijk worden afgehard door ze overdag buiten te zetten. Plant ze daarna uit op een zonnige, warme en beschutte plaats in de volle grond. Houd een plantafstand van ongeveer 50 cm en een rijafstand van 35 cm aan. Geef de planten na het uitplanten ruim water zodat ze goed kunnen aanslaan.
Vanaf mei tot en met juli kan ook rechtstreeks buiten worden gezaaid. Kies een zonnige standplaats met goed doorlatende, bij voorkeur licht zure en enigszins zanderige grond. Een goede afwatering is belangrijk, omdat te natte grond de kieming en groei kan belemmeren. Maak de grond vóór het zaaien goed vochtig. Zaai de zaden oppervlakkig en bedek ze slechts heel licht met aarde of hark ze voorzichtig in de grond. Zo wordt voorkomen dat de fijne zaden bij het water geven of een regenbui wegspoelen. Wanneer de zaailingen groot genoeg zijn om te hanteren, kunnen ze worden uitgedund tot een onderlinge afstand van ongeveer 50 cm. Bij een rechtstreekse uitzaai vormen de planten in het eerste jaar alleen een bladrozet; de bloei volgt normaal gesproken in het tweede jaar.
Grote teunisbloem heeft na het aanslaan weinig verzorging nodig en verdraagt droogte goed. Geef alleen tijdens langdurige droge perioden extra water. De plant zaait zichzelf gemakkelijk uit. Wilt u ongewenste uitzaai voorkomen, knip dan de uitgebloeide bloemen of zaaddozen tijdig weg voordat de zaden rijpen.