Zilverui Barletta wordt ook wel St. Jansui of inmaakuitje genoemd. Zilverui Barletta is een zeer vroeg ras dat kleine, ronde, zilverwitte uitjes produceert. Het ras staat bekend om zijn hoge opbrengst en vooral om de milde, lichtzoete smaak, waardoor de uitjes veelzijdig toepasbaar zijn in de keuken. De jonge uitjes zijn minder scherp dan gewone uien en hebben een verfijnd, zacht aroma. Daardoor zijn ze zowel rauw als warm bereid bijzonder smaakvol. Rauw geven ze een frisse, milde uiensmaak aan groene salades, aardappelsalades, pastasalades en rauwkost. Ook zijn ze een smakelijke garnering voor sandwiches, hamburgers en wraps. In soepen zorgen ze voor een subtiele uiensmaak zonder andere ingrediënten te overheersen.
Door hun kleine formaat zijn de uitjes ideaal om in hun geheel te bereiden. Ze kunnen kort worden meegebakken in roerbakgerechten met groenten, kip, rundvlees, varkensvlees, vis of tofu. In stoofschotels behouden ze hun stevige structuur, terwijl ze een aangenaam zoete smaak ontwikkelen. Ook geroosterd in de oven of op de barbecue zijn ze heerlijk, bijvoorbeeld met olijfolie, boter, honing of een scheutje balsamicoazijn. Daarnaast zijn ze een smakelijke toevoeging aan quiches, hartige taarten en ovenschotels. Gesmoord in boter of licht gekaramelliseerd vormen ze een verfijnd bijgerecht bij gebraden vlees, wild en gevogelte.
De klassieke toepassing van Zilverui Barletta is echter het inmaken. Dankzij hun gelijkmatige formaat, stevige structuur en milde smaak blijven de uitjes ook na het inmaken heerlijk knapperig. Na het pellen worden ze eventueel kort geblancheerd en vervolgens overgoten met een hete zoetzure inmaakvloeistof van azijn, water, suiker en zout, op smaak gebracht met kruiden zoals mosterdzaad, peperkorrels, laurier en kruidnagel. Na enkele weken zijn de uitjes volledig op smaak en maandenlang houdbaar. Ingelegde zilveruitjes zijn een geliefde begeleider van kaasplanken, vleeswaren, charcuterie, salades, fondue, gourmet, raclette en diverse borrelhapjes.
Zilverui Barletta laat zich uitstekend combineren met aardappelen, tomaten, paprika's, wortelen, sperziebonen en champignons. Ook past de zachte uiensmaak uitstekend bij geitenkaas, oude kaas en feta. Verse kruiden zoals peterselie, bieslook, tijm, rozemarijn en dille versterken het verfijnde aroma, terwijl mosterd, honing, balsamicoazijn en andere azijnsoorten zorgen voor een mooie balans tussen zoet en zuur. Door deze veelzijdige smaakcombinaties is Zilverui Barletta een waardevolle groente voor zowel alledaagse maaltijden als feestelijke gerechten. Niet winterharde eenjarige. Hoogte: 25 - 40 cm.
Buiten zaaien: april - juni
Kiemtijd: 10 - 14 dagen
Kiemtemperatuur: 9 - 15 °C
Zaaidiepte: ½ - 1½ cm
Plantafstand: 15 cm
Afstand tussen de rijen: 15 - 20 cm
Standplaats: zonnig - halfschaduw
Dagen tot oogst: 60 - 65 dagen
Zaai Zilverui vanaf april, zodra de grond voldoende is opgewarmd en goed kan worden bewerkt. Rechtstreeks zaaien in de volle grond heeft de voorkeur, omdat uien een gevoelig wortelstelsel hebben en verplanten minder goed verdragen. Maak ondiepe zaaigeulen van ½ tot 1½ cm diep en zaai de zaden vrij dicht op elkaar. Door dicht te zaaien ontwikkelen zich de kenmerkende kleine zilveruitjes in plaats van grote uien. Bedek de zaden met een dun laagje aarde en druk de grond licht aan. Houd een rijafstand van 15 tot 20 cm aan, zodat de planten voldoende licht en lucht krijgen. Wanneer de zaailingen opkomen, kunnen ze indien nodig worden uitgedund tot ongeveer 15 cm tussen de planten.
Zilverui groeit het beste op een zonnige standplaats, maar verdraagt ook lichte halfschaduw. De grond moet vruchtbaar, humusrijk en goed doorlatend zijn, terwijl voldoende vocht beschikbaar blijft. Werk vóór het zaaien bij voorkeur wat rijpe compost of goed verteerde organische mest door de grond. Gebruik geen verse stalmest, omdat dit de ontwikkeling van de bollen nadelig kan beïnvloeden. Bij een bodemtemperatuur van 9 tot 15 °C kiemen de zaden doorgaans binnen 10 tot 14 dagen. Houd de grond tijdens de kieming voortdurend licht vochtig, maar voorkom dat deze langdurig nat blijft. Verwijder regelmatig onkruid, zodat de jonge planten geen concurrentie ondervinden van andere gewassen.
De eerste zilveruitjes kunnen na ongeveer 60 tot 65 dagen worden geoogst. Trek de uitjes voorzichtig uit de grond zodra ze het gewenste formaat hebben bereikt. Laat eventueel enkele planten langer staan voor een iets latere oogst. Voor de karakteristieke kleine inmaakuitjes is het belangrijk niet te lang te wachten met oogsten. Om de kans op bodemziekten, zoals witrot en uienvlieg, te verkleinen, is een goede vruchtwisseling belangrijk. Teel daarom gedurende vier jaar geen uien of andere alliumgewassen (zoals knoflook, prei, sjalot of bieslook) op dezelfde plek.
Verse, ongepelde zilveruitjes zijn na de oogst één tot twee weken houdbaar op een koele, droge en donkere plaats met voldoende ventilatie. De klassieke bewaarmethode is inmaken in een zoetzure azijnoplossing met kruiden. Op deze manier blijven de uitjes in een goed afgesloten pot in de koelkast enkele maanden houdbaar en behouden ze hun frisse smaak en knapperige structuur.