Komijn is een aromatisch, eenjarig kruid uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). De plant vormt fijn ingesneden, grasachtig blad en bloeit in de zomer met kleine witte tot lichtroze schermbloemen. Na de bloei ontwikkelen zich de langwerpige, sterk aromatische zaden waarvoor de plant wordt geteeld. Komijn is afkomstig uit warme, droge gebieden en heeft veel zon, warmte en een goed doorlatende grond nodig om een goede zaadoogst te produceren.
In de keuken behoren komijnzaden tot de meest gebruikte specerijen ter wereld. De zaden hebben een krachtige, warme, kruidige en licht nootachtige smaak die duidelijk sterker is dan die van karwij. Ze worden zowel heel als gemalen gebruikt in de Indiase, Indonesische, Midden-Oosterse, Noord-Afrikaanse, Mexicaanse en mediterrane keuken. Komijn is een belangrijk ingrediënt in onder meer curry's, chili, tajines, couscous, rijstgerechten, stoofschotels, soepen, peulvruchtengerechten, gehakt, worst en diverse kruidenmengsels, zoals garam masala en ras el hanout. In Nederland is komijn bovendien bekend als smaakmaker in komijnekaas. Door de zaden kort droog te roosteren komt het aroma nog beter tot zijn recht.
Komijn wordt al duizenden jaren toegepast als geneeskrachtige specerij. De zaden bevatten etherische olie, flavonoïden en antioxidanten. In de traditionele kruidengeneeskunde wordt komijn gebruikt ter ondersteuning van de spijsvertering en ter verlichting van een opgeblazen gevoel, winderigheid en lichte maag- en darmklachten. Daarnaast wordt komijnthee traditioneel gedronken bij krampen en misselijkheid. Hoewel deze toepassingen al eeuwenlang bekend zijn, is het wetenschappelijk bewijs voor veel van deze effecten beperkt.
Komijn kan ook als natuurlijke kleurplant worden gebruikt. De zaden en bovengrondse plantendelen geven een zacht geelbruine tot warm beige kleurstof, die vooral geschikt is voor het verven van wol en zijde. Met een beitsmiddel, zoals aluin, worden de kleuren beter gefixeerd en iets warmer van tint. Als kleurplant wordt komijn echter veel minder toegepast dan als specerij. Komijn bloeit van juni tot en met augustus. Niet winterharde eenjarige. Hoogte: 15 - 25 cm.
Binnen zaaien: april - mei
Buiten zaaien: half mei - juli
Kiemtijd: 7 - 21 dagen
Kiemtemperatuur: 18 - 22 °C
Zaaidiepte: ½ - 1 cm
Plantafstand: 20 - 30 cm
Standplaats: volle zon, warm en beschut
Oogstperiode: juli - oktober
Komijnzaad kan soms onregelmatig of langzaam kiemen. Zijn er na 21 dagen nog geen zaailingen verschenen, dan is het raadzaam om opnieuw te zaaien.
Zaai vanaf april tot en met mei in zaaibakken of trays gevuld met vochtige zaai- en stekgrond. Zaai de zaden ½ tot 1 cm diep en bedek ze met een dun laagje zaaigrond. Druk de aarde voorzichtig aan en houd de grond tijdens de kieming voortdurend licht vochtig. Dek de zaaibak af met een transparant deksel of folie om uitdroging van de grond te voorkomen. Plaats de tray op een warme, lichte plaats met een constante temperatuur van 18 - 22 °C. Zodra de eerste zaailingen verschijnen, kan de afdekking worden verwijderd.
Begin begin mei met het afharden van de jonge planten door ze gedurende enkele dagen (10 - 14 dagen) overdag buiten te zetten. Vanaf half mei, zodra de kans op nachtvorst is verdwenen, kunnen de planten worden uitgeplant op een warme, zonnige en beschutte standplaats met goed doorlatende grond. Houd een plantafstand van 20 tot 30 cm aan.
Vanaf half mei tot begin juli, wanneer er geen kans meer is op nachtvorst, kunnen de zaden rechtstreeks in de volle grond worden gezaaid. Kies een warme, zonnige en beschutte plaats met een goed doorlatende bodem. Zaai de zaden ½ tot 1 cm diep en bedek ze met een dun laagje aarde. Druk de grond licht aan en houd het zaaibed tijdens de kieming gelijkmatig vochtig. Bij een bodemtemperatuur van 18 - 22 °C verschijnen de eerste zaailingen meestal na 7 tot 21 dagen. Houd de zaaiplek gedurende deze periode goed onkruidvrij. Wanneer de jonge planten groot genoeg zijn om te hanteren, kunnen ze indien nodig worden uitgedund tot een onderlinge afstand van 20 tot 30 cm.
Komijn is een warmte- en zonminnende plant die het beste groeit op een beschutte plaats met goed doorlatende grond. De plant verdraagt geen langdurige droogte. Geef daarom regelmatig water, vooral tijdens warme en droge perioden, zodat de grond licht vochtig blijft. Laat de planten niet uitdrogen, omdat dit de groei en zaadvorming sterk kan verminderen. Planten die in potten worden gekweekt, hebben tijdens het groeiseizoen baat bij een regelmatige gift van een vloeibare kruidenmeststof.
De zaadschermen kunnen worden geoogst van juli tot en met oktober, zodra zij bruin beginnen te kleuren en indrogen. Knip de zaadschermen af en laat ze verder drogen in een papieren zak of op een droge, goed geventileerde plaats. Wanneer de schermen volledig droog zijn, kunnen de zaden eenvoudig worden losgewreven. De zaden kunnen zowel heel als gemalen worden gebruikt. Door ze vóór gebruik kort droog te roosteren in een koekenpan komt het warme, kruidige aroma nog beter tot zijn recht.
Bewaar de volledig gedroogde zaden in een goed afgesloten glazen pot of luchtdichte verpakking op een koele, droge en donkere plaats. Zo blijven zij minimaal 2 tot 3 jaar aromatisch en geschikt voor culinair gebruik.