Kropsla Kagraner zomer is een biologisch geteelde, heerlijk malse, zachte kropslasoort. Deze soort wordt ook wel botersla genoemd. Kropsla Kagraner Zomer is een traditionele slasoort die al jarenlang wordt gewaardeerd om zijn grote, luchtige kroppen en uitstekende prestaties tijdens de warmere maanden van het jaar. De planten vormen stevige kroppen met groot, donkergroen, licht gekreukeld en bijzonder mals blad. Dankzij de zachte structuur en frisse smaak is deze middelvroege kropsla geliefd bij zowel hobbytuiniers als moestuinliefhebbers. Een belangrijk voordeel van kropsla Kagraner Zomer is de goede warmtetolerantie. Waar veel slarassen bij hogere temperaturen snel doorschieten, blijft dit ras langer in groei en vormt het ook tijdens warme perioden mooie kroppen. Daardoor is het bijzonder geschikt voor de teelt in de lente en zomer, zowel in de vollegrond als in een moestuinbak.
Culinair is kropsla Kagraner Zomer zeer veelzijdig. De malse, knapperige bladeren zijn heerlijk als basis voor frisse salades en combineren uitstekend met komkommer, tomaat, paprika, radijs, wortel en avocado. Ook passen ze goed bij kaas, gekookte eieren, kip, gerookte zalm, tonijn en gegrilde groenten. Door de stevige bladstructuur blijft de sla ook na het mengen met een dressing aangenaam knapperig. Daarnaast zijn de grote bladeren ideaal voor sandwiches, wraps, hamburgers, taco's en als eetbare garnering op koude schotels. Kropsla Kagraner Zomer groeit het best op een voedzame, humusrijke en goed doorlatende grond die voldoende vochtig blijft. Regelmatig water geven voorkomt dat de planten onder stress raken en helpt doorschieten te voorkomen. Door iedere twee tot drie weken opnieuw te zaaien, kan gedurende een groot deel van het seizoen een continue oogst van verse, smaakvolle kroppen worden gerealiseerd. Niet winterharde eenjarige.
Binnen zaaien: februari - maart
Buiten zaaien: mei - juli
Kiemtijd: 7 - 10 dagen
Kiemtemperatuur: 15 - 18 °C
Zaaidiepte: ½ cm
Plantafstand: 20 - 30 cm
Standplaats: zonnig - lichte schaduw
Dagen tot oogst: 55 - 85 dagen
Vanaf februari kan binnenshuis of in een kas worden begonnen met zaaien. Gebruik een luchtige, fijne zaaigrond en zaai de zaden ongeveer ½ cm diep. Dek ze slechts af met een dun laagje grond, omdat de zaden voor een goede kieming nog wat licht nodig hebben. De ideale kiemtemperatuur ligt tussen 15 en 18 °C. Onder deze omstandigheden verschijnen de eerste kiemplantjes meestal na 7 tot 10 dagen. Houd de zaaigrond tijdens de kieming gelijkmatig vochtig, maar voorkom dat deze doorweekt raakt. Wanneer de jonge plantjes na ongeveer 3 tot 4 weken enkele echte bladeren hebben gevormd, kunnen ze worden verspeend. Laat ze vervolgens rustig verder uitgroeien op een lichte plaats. Zodra de kans op nachtvorst voorbij is, kunnen de planten worden afgehard en vervolgens buiten worden uitgeplant. Houd daarbij een plantafstand van 20 tot 30 cm aan, zodat de kroppen zich goed kunnen ontwikkelen.
Vanaf mei, wanneer geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan rechtstreeks in de vollegrond worden gezaaid. Kies een zonnige standplaats met tijdens de warmste uren van de dag wat lichte schaduw. Hierdoor blijft de grond langer vochtig en is de kans kleiner dat de planten vroegtijdig doorschieten. Zaai de zaden ongeveer ½ cm diep in rijen met een onderlinge afstand van 20 tot 30 cm. Leg om de 20 cm steeds drie zaden bij elkaar en dek deze licht af met grond. Houd de bodem tijdens de kieming goed vochtig. Na ongeveer 3 tot 4 weken kunnen de jonge plantjes worden uitgedund. Laat daarbij per zaaiplek de sterkste plant staan en verwijder de overige zaailingen. Zo krijgt iedere plant voldoende ruimte om een stevige, goed gevulde krop te vormen.
Voor een lange oogstperiode is het aan te raden elke drie weken opnieuw te zaaien. Zo heb je steeds jonge planten in verschillende groeistadia en kun je gedurende een groot deel van het seizoen verse sla oogsten. Sla groeit het beste in een gelijkmatig vochtige bodem. Geef tijdens droge perioden regelmatig water, want een uitdrogende grond kan ervoor zorgen dat de planten sneller doorschieten en de bladeren bitter worden. Let daarnaast op slakken en bladluizen. Vooral jonge slaplantjes zijn aantrekkelijk voor slakken, terwijl bladluizen zich graag in de jonge bladeren nestelen. Door de planten regelmatig te controleren kun je een aantasting meestal tijdig aanpakken. Afhankelijk van het ras en de groeiomstandigheden kan de sla na ongeveer 55 tot 85 dagen worden geoogst. Oogst de kroppen zodra ze stevig zijn uitgegroeid voor de beste smaak en structuur.