Peul Carouby de Maussane is een oud Frans ras dat al sinds de negentiende eeuw wordt geteeld. Deze bijzondere, smakelijke klimpeul staat bekend om zijn lange, platte, lichtgroene peulen die tot 25 à 30 cm lang kunnen worden. De jonge peulen zijn mals, vrijwel draadloos en hebben een zoete, frisse smaak. De planten zijn zeer productief en blijven over een lange periode nieuwe peulen vormen. Culinair is Peul Carouby de Maussane bijzonder veelzijdig. De jonge peulen worden in hun geheel gegeten en zijn heerlijk om kort te koken, te stomen of te roerbakken. Door hun zachte structuur en zoete smaak zijn ze uitstekend geschikt als warme groente, maar ook in salades, wokgerechten en mediterrane ovenschotels. Ze combineren goed met boter, knoflook, citroen, munt, peterselie en dragon. Ook passen ze uitstekend bij aardappelen, rijst, kip, vis en lamsvlees.
Wanneer de peulen ouder worden, ontwikkelen de zaden zich verder. Op dat moment kunnen de jonge erwten worden gedopt en vers worden gegeten. Laat je de peulen volledig afrijpen, dan ontstaan gedroogde erwten die na weken en koken geschikt zijn voor stevige soepen, stoofgerechten en puree. Hierdoor levert één plant zowel heerlijke peulen als later ook doperwten of droogerwten op. Door hun milde, lichtzoete smaak passen de peulen uitstekend in de Franse en mediterrane keuken, maar ook in klassieke Nederlandse groentegerechten. Ze behouden na bereiding een aangename knapperigheid en een frisse groene kleur wanneer ze niet te lang worden gekookt. Niet winterharde eenjarige. Hoogte: 180 - 250 cm.
Voorweken: 24 uur
Voorkiemen: mogelijk
Binnen zaaien of buiten zaaien onder glas: Vanaf half januari - februari
Buiten zaaien: maart - mei
Kiemtijd: 10 - 21 dagen
Kiemtemperatuur: 10 - 17 °C
Zaaidiepte: 2 - 4 cm
Plantafstand: 30 - 50 cm
Standplaats: zonnig
Oogstperiode: juni - augustus
Week de zaden 24 uur voor het zaaien voor in een bakje water, de zaden zuigen zich helemaal vol en dit geeft ze een voorsprong bij het ontkiemen. Indien gewenst kunnen de zaden ook worden voorgekiemd. Leg de zaden in een bakje water waarbij het water tot halverwege de hoogte van de zaden staat. Het water regelmatig bijvullen aangezien de zaden veel water opnemen. Na 3 a 4 dagen hebben de zaden een worteltje van circa 1 cm.
Nu kunnen de zaden worden gezaaid. Zaai voor een vroege oogst binnen of buiten onder glas vanaf half januari. Week de zaden eerst voor. Zaai in aparte potten of zaaitrays met vochtige potgrond. Zaai per pot 1 zaadje. Vanaf half maart kunnen de zaailingen overdag buiten worden gezet om af te harden. Na 4 - 6 dagen kunnen zij op een zonnige plek in de vollegrond worden gezet. Geef de planten een goede ondersteuning. Houd goed vochtig en onkruidvrij.
Vanaf half maart kan er buiten direct in de vollegrond worden gezaaid. Zaai de zaden diep genoeg om ervoor te zorgen dat ze niet kunnen worden opgegeten door muizen of vogels. Zaai in rijtjes. Houd bij lage soorten ongeveer 40 - 50 cm ruimte tussen de rijen aan. Houd bij hoge soorten ongeveer 100 - 110 cm ruimte tussen de rijtjes aan. Uitplanten: zorg ervoor dat er de afgelopen 2 jaar geen peulen hebben gestaan daar waar de peulen worden uitgeplant. Als de plantjes 10 - 15 cm hoog zijn aanaarden en indien nodig (hoge soorten) beginnen met ondersteunen.