Kropsla Klein Duimpje, ook bekend als Tom Thumb, is een klassiek en geliefd slaras dat kleine, compacte kroppen vormt met zacht, mals en frisgroen blad. Ondanks zijn bescheiden formaat doet deze mini-kropsla qua smaak zeker niet onder voor grotere rassen. De kroppen zijn stevig gevuld, hebben een zachte, milde smaak en blijven lang mals. Door de compacte groei is dit ras ideaal voor kleine moestuinen, vierkante meters, verhoogde bakken, potten en grote bloembakken. Met een plantafstand van slechts 15 cm kunnen op een klein oppervlak verrassend veel kroppen worden geteeld. Kropsla Klein Duimpje is bovendien een snelgroeiend ras, waardoor al vroeg in het seizoen geoogst kan worden. Door regelmatig kleine hoeveelheden te zaaien, kan gedurende een groot deel van het groeiseizoen steeds verse sla worden geoogst. Dankzij de compacte kroppen is dit ras ook bijzonder geschikt als 'pluksla': de buitenste bladeren kunnen naar behoefte worden geoogst, terwijl de plant verder groeit.
Culinair is Klein Duimpje bijzonder veelzijdig. De malse, lichtzoete bladeren zijn heerlijk als basis voor frisse salades en combineren uitstekend met komkommer, tomaat, paprika, radijs, wortel, avocado en diverse verse kruiden. Ook past deze sla uitstekend bij geitenkaas, mozzarella, Parmezaanse kaas, gekookte eieren, kip, kalkoen, gerookte zalm, tonijn en garnalen. De kleine, decoratieve kroppen zijn ideaal om in hun geheel te serveren als individuele salade of als eetbare garnering op een buffet. Daarnaast zijn de stevige blaadjes uitstekend geschikt voor sandwiches, wraps, hamburgers, taco's en als gezonde vervanger van tortilla's of slawraps. Hoewel sla meestal rauw wordt gegeten, kunnen de jonge bladeren ook kort worden verwerkt in roerbakgerechten, soepen, pasta's, stoofschotels en ovenschotels. Door de milde smaak is Klein Duimpje bovendien een uitstekende keuze voor kinderen en iedereen die van zachte, frisse sla houdt. Niet winterharde eenjarige.
Binnen zaaien: februari - maart
Buiten zaaien: mei - juli
Kiemtijd: 7 - 10 dagen
Kiemtemperatuur: 15 - 18 °C
Zaaidiepte: ½ cm
Plantafstand: 20 - 30 cm
Standplaats: zonnig - lichte schaduw
Dagen tot oogst: 55 - 85 dagen
Vanaf februari kan binnenshuis of in een kas worden begonnen met zaaien. Gebruik een luchtige, fijne zaaigrond en zaai de zaden ongeveer ½ cm diep. Dek ze slechts af met een dun laagje grond, omdat de zaden voor een goede kieming nog wat licht nodig hebben. De ideale kiemtemperatuur ligt tussen 15 en 18 °C. Onder deze omstandigheden verschijnen de eerste kiemplantjes meestal na 7 tot 10 dagen. Houd de zaaigrond tijdens de kieming gelijkmatig vochtig, maar voorkom dat deze doorweekt raakt. Wanneer de jonge plantjes na ongeveer 3 tot 4 weken enkele echte bladeren hebben gevormd, kunnen ze worden verspeend. Laat ze vervolgens rustig verder uitgroeien op een lichte plaats. Zodra de kans op nachtvorst voorbij is, kunnen de planten worden afgehard en vervolgens buiten worden uitgeplant. Houd daarbij een plantafstand van 20 tot 30 cm aan, zodat de kroppen zich goed kunnen ontwikkelen.
Vanaf mei, wanneer geen nachtvorst meer wordt verwacht, kan rechtstreeks in de vollegrond worden gezaaid. Kies een zonnige standplaats met tijdens de warmste uren van de dag wat lichte schaduw. Hierdoor blijft de grond langer vochtig en is de kans kleiner dat de planten vroegtijdig doorschieten. Zaai de zaden ongeveer ½ cm diep in rijen met een onderlinge afstand van 20 tot 30 cm. Leg om de 20 cm steeds drie zaden bij elkaar en dek deze licht af met grond. Houd de bodem tijdens de kieming goed vochtig. Na ongeveer 3 tot 4 weken kunnen de jonge plantjes worden uitgedund. Laat daarbij per zaaiplek de sterkste plant staan en verwijder de overige zaailingen. Zo krijgt iedere plant voldoende ruimte om een stevige, goed gevulde krop te vormen.
Voor een lange oogstperiode is het aan te raden elke drie weken opnieuw te zaaien. Zo heb je steeds jonge planten in verschillende groeistadia en kun je gedurende een groot deel van het seizoen verse sla oogsten. Sla groeit het beste in een gelijkmatig vochtige bodem. Geef tijdens droge perioden regelmatig water, want een uitdrogende grond kan ervoor zorgen dat de planten sneller doorschieten en de bladeren bitter worden. Let daarnaast op slakken en bladluizen. Vooral jonge slaplantjes zijn aantrekkelijk voor slakken, terwijl bladluizen zich graag in de jonge bladeren nestelen. Door de planten regelmatig te controleren kun je een aantasting meestal tijdig aanpakken. Afhankelijk van het ras en de groeiomstandigheden kan de sla na ongeveer 55 tot 85 dagen worden geoogst. Oogst de kroppen zodra ze stevig zijn uitgegroeid voor de beste smaak en structuur.