Droogboon Noord-Hollandse Bruine is een traditionele Nederlandse droogboon die al generaties lang wordt geteeld. Het ras staat bekend om zijn volle, lichtzoete smaak en stevige structuur. Tijdens het koken blijven de bonen goed heel, waardoor ze geschikt zijn voor uiteenlopende gerechten. Culinair is het een bijzonder veelzijdige boon. Na minimaal acht uur weken en vervolgens rustig koken zijn de bonen heerlijk in klassieke bruine bonensoep, stevige stoofschotels en chili con carne. Ook doen ze het uitstekend in ovenschotels, curry's en maaltijdsalades. Door hun stevige beet zijn ze bovendien lekker als warme groente, bijvoorbeeld met spek, ui en mosterd.
Hoewel de bonen vooral gedroogd worden gebruikt, kunnen ze ook jong en vers worden gegeten wanneer de zaden al goed ontwikkeld zijn. De peulen zelf zijn echter niet eetbaar; alleen de bonen worden gebruikt. Gedroogde Noord-Hollandse Bruinen zijn bovendien lang houdbaar, waardoor ze ideaal zijn om een wintervoorraad aan te leggen. Door hun romige binnenkant en volle smaak combineren ze goed met ingrediënten als gerookt spek, rookworst, ui, knoflook, tomaat, laurier, tijm en rozemarijn. Ze passen ook uitstekend in vegetarische gerechten met geroosterde groenten of paddenstoelen. Dankzij hun milde smaak nemen ze kruiden en specerijen gemakkelijk op, waardoor ze zowel in de traditionele Nederlandse keuken als in mediterrane en Mexicaans geïnspireerde gerechten goed tot hun recht komen. Niet winterharde eenjarige. Hoogte: 25 - 40 cm.
Binnen zaaien: begin april - mei
Buiten zaaien: half mei - juni
Kiemtijd: 7 - 14 dagen
Kiemtemperatuur.: 18 - 22 °C
Zaaidiepte: 3 - 4 cm
Plantafstand: 40 - 50 cm
Rijafstand: 40 - 50 cm
Standplaats: zonnig
Oogstijd: augustus - oktober
Zaai binnen vanaf april, voor een vroege oogst. Zaai in individuele potten 3 - 4 cm diep gevuld met vochtige potgrond en bedek de zaden goed met zaaigrond. Dit zijn namelijk donkerkiemers. Houd de zaden vochtig en warm. Houd de temperatuur zo gelijkmatig mogelijk en laat vooral de temperatuur 's nachts niet dalen. Hard de planten begin mei af, voor 10 - 14 dagen. Zet de planten overdag buiten, maar niet in de volle zon. Vanaf half mei, zodra er geen kans meer is op nachtvorst, kunnen de zaailingen in de volle grond worden gezet. Houd 40 - 50 cm ruimte aan.
Buiten zaaien kan vanaf half mei, zodra er geen kans meer is op nachtvorst. Zaai op een warme, zonnige plaats in goed waterdoorlatende grond. Bedek de zaden goed met een laag (3 - 4 cm) zaaigrond. Peulvruchten kunnen heel slecht tegen koude grond. Zorg ervoor dat de grond voldoende is opgewarmd. Zorg voor beschutting tegen de wind.
Stambonen hebben geen ondersteuning nodig. Geef de plant extra voeding zodra hij gaat bloeien. Laat de geoogste peulen buiten drogen totdat zij helemaal bruin zijn en verwijder hierna de bruine bonen. De peulen zelf zijn niet eetbaar. De bonen kunnen lange tijd worden bewaard en moeten voor gebruik minimaal 8 uur weken. Bescherm deze bonen met netten tegen vogels.