Randjesbloem wordt ook wel blauwkussen genoemd. Randjesbloem is een laagblijvende, rijkbloeiende vaste plant die vooral geliefd is vanwege het dichte bloemenkleed dat zij in het voorjaar vormt. De plant ontwikkelt snelgroeiende kussens van groen, vaak wintergroen blad met daarboven een overvloed aan kleine, kleurrijke bloemen. Afhankelijk van de soort en de groeiomstandigheden bereikt randjesbloem een hoogte van ongeveer 10 - 15 cm. Door de kruipende groeiwijze verspreidt de plant zich gemakkelijk en vormt hij een aantrekkelijke bodembedekkende mat. Randjesbloem is bijzonder geschikt voor gebruik langs randen van borders, tussen stenen en tegels, in rotstuinen, op lage muurtjes, in verhoogde bakken en als opvulling tussen andere vaste planten. Door de lage groei komt de plant prachtig tot zijn recht aan de voorzijde van een border, waar hij een zachte en kleurrijke overgang vormt tussen bestrating en beplanting. Ook in potten, plantenbakken en op balkons groeit randjesbloem uitstekend. De kleine bloemen verschijnen in grote aantallen en zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren, waaronder blauw, violet, paars, roze en roodachtige tinten. Tijdens de bloeiperiode verandert de plant in een opvallend bloemenkussen dat niet alleen sierwaarde heeft, maar ook aantrekkelijk is voor bijen en andere bestuivers.
Randjesbloem laat zich uitstekend combineren met andere lage voorjaarsbloeiers en planten die houden van een zonnige, goed doorlatende standplaats. Mooie combinaties zijn bijvoorbeeld steenbreek (Saxifraga) voor kleurrijke beplanting in rotstuinen en langs muurtjes, en kruiptijm (Thymus) waarmee een geurige en onderhoudsarme bodembedekking ontstaat. Ook samen met zonneroosje (Helianthemum) vormt randjesbloem een mooie combinatie, waarbij de zomerbloei wordt verlengd. De paarse tinten van lavendel sluiten prachtig aan en geven een mediterrane uitstraling, terwijl kattenkruid (Nepeta) zorgt voor een natuurlijke combinatie met blauw- en paarstinten. Daarnaast vormt randjesbloem een mooi groen tapijt rondom voorjaarsbollen zoals tulpen, narcissen en blauwe druifjes. Voor een gezonde groei heeft randjesbloem een zonnige standplaats nodig in een droge, goed doorlatende grond. De plant voelt zich vooral goed thuis in kalkrijke, stenige bodems zoals die vaak voorkomen in rotstuinen en langs muurtjes. Een te natte grond, vooral tijdens de wintermaanden, kan problemen met de wortels veroorzaken. Na de bloei kan de plant licht worden teruggesnoeid om hem compact, vitaal en mooi van vorm te houden. Dankzij de gemakkelijke groei, lange levensduur, wintergroene karakter en uitbundige voorjaarsbloei is randjesbloem een waardevolle plant voor iedere tuin. Hij is ideaal voor rotstuinen, natuurtuinen, borders, muurtjes, potten en balkonbakken en zorgt ieder voorjaar voor een kleurrijk bloemenkussen. Randjesbloem is zeer geliefd door bijen, vlinders, hommels, zweefvliegen en andere nuttige insecten. Randjesbloem bloeit van april t/m juni. Winterharde meerjarige. Hoogte: 10 - 15 cm.
Buiten zaaien: mei - half juli
Kiemtijd: 14 - 21 dagen
Kiemtemperatuur: 15 - 18 °C
Zaaidiepte: oppervlakkig
Plantafstand: 10 - 20 cm
Standplaats: zonnig - halfschaduw
Bloeitijd: april - juni
Zaai randjesbloem vanaf begin mei tot half juli rechtstreeks buiten in een goed voorbereid zaaibed. Kies een plek met losse, goed doorlatende en voedzame grond. Maak de bodem vooraf goed fijn en verwijder eventuele onkruiden, zodat de jonge zaailingen voldoende ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Zaai de kleine zaden dun en oppervlakkig. Bedek de zaden niet of slechts met een zeer dun laagje fijne grond, omdat randjesbloem licht nodig heeft om goed te kunnen kiemen. Druk de zaden na het zaaien voorzichtig aan, zodat ze goed contact maken met de grond. Houd de grond tijdens de kiemperiode gelijkmatig vochtig, maar voorkom dat de bodem te nat wordt. Een zo constant mogelijke temperatuur van 15 - 18 °C bevordert een gelijkmatige kieming. De kieming duurt gemiddeld 14 - 21 dagen. Zorg er in deze periode ook voor dat het zaaibed vrij blijft van onkruid, zodat de jonge plantjes niet worden verdrongen. Wanneer de zaailingen groot genoeg zijn om te hanteren, kunnen ze worden uitgedund tot een onderlinge afstand van 10 - 15 cm. Hierdoor krijgen de jonge planten voldoende ruimte om stevige wortels en een compacte groeiwijze te ontwikkelen.
Vanaf oktober kunnen de jonge planten worden uitgeplant op hun definitieve plaats in de tuin. Kies een zonnige tot half beschaduwde standplaats met een goed doorlatende, kalkhoudende en voedzame bodem. Houd bij het uitplanten een afstand aan van ongeveer 10 - 20 cm tussen de planten, zodat ze voldoende ruimte hebben om zich later tot een dicht bloemenkussen te ontwikkelen. Geef de planten na het uitplanten regelmatig water totdat ze goed zijn aangeslagen. Tijdens droge perioden is het belangrijk om voldoende water te geven en te voorkomen dat de planten volledig uitdrogen, vooral wanneer ze op een zonnige plek staan. Met de juiste verzorging vormt randjesbloem een compacte, wintergroene bodembedekker die in het voorjaar rijk bloeit met een tapijt van kleurrijke bloemen.