Rammenas Ronde Zwarte is een biologisch geteeld winterras dat later in het seizoen wordt gezaaid en een langere groeiperiode nodig heeft dan zomerradijs. De ronde knollen hebben een karakteristieke zwarte schil en stevig, helderwit vruchtvlees met een pittige, peperige smaak die doet denken aan radijs, maar voller en krachtiger is. De knollen zijn uitstekend houdbaar en daardoor bijzonder geschikt als herfst- en wintergroente. Rammenas behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) en is verwant aan onder andere radijs, rettich, kool, mosterd en raap. De plant vormt een bladrozet van frisgroene bladeren en ontwikkelt vervolgens de eetbare knol. Door de relatief lange teelt is dit ras vooral geschikt voor de najaars- en winteroogst.
Rammenas wordt meestal rauw gegeten, bijvoorbeeld in salades, dunne plakjes op brood, als crudité of als borrelhapje met wat zout. Geraspt geeft hij een pittige smaak aan salades, coleslaw en rauwkostschotels. Ook kan rammenas worden verwerkt in sandwiches, wraps en sushi. De knol kan daarnaast worden gestoofd, geroerbakt, gegrild, geroosterd of kort gekookt. Door verhitting wordt de scherpe smaak milder en licht zoet, waardoor rammenas goed combineert met aardappelen, wortelen, uien, room, boter, kaas, vis en vleesgerechten. Ook de jonge bladeren zijn eetbaar en kunnen worden verwerkt in salades of bereid als spinazie. Rammenas is rijk aan vitamine C, voedingsvezels en mineralen zoals kalium. Van oudsher wordt de knol ook gebruikt in de kruidengeneeskunde ter ondersteuning van de spijsvertering. Niet winterharde eenjarige. Hoogte: 30 - 50 cm.
Buiten zaaien: half juni - begin september
Kiemtijd: 5 - 10 dagen
Kiemtemperatuur: 12 - 25 °C
Zaaidiepte: ½ - 1 cm
Plantafstand: 15 cm
Afstand tussen de rijen: 40 cm
Standplaats: zonnig
Dagen tot oogst: 100 - 120 dagen
Zaai rammenas vanaf half juni tot begin september rechtstreeks in de volle grond. Winterrammenas wordt later in het seizoen gezaaid dan zomerradijs en heeft een langere groeiperiode nodig om stevige, goed ontwikkelde knollen te vormen. Kies een zonnige standplaats met een diep losgemaakte, humusrijke en goed doorlatende bodem. Vermijd een verdichte of stenige grond, omdat de knollen diep de grond in groeien en zich daarin vrij moeten kunnen ontwikkelen. Maak geultjes van ongeveer ½ - 1 cm diep en zaai de zaden dun uit met een onderlinge afstand van ongeveer 10 cm. Bedek de zaden met een dun laagje grond, druk deze licht aan en geef voorzichtig water. Houd tijdens de kiemperiode de grond gelijkmatig vochtig. Bij een bodemtemperatuur van 12 - 25 °C kiemen de zaden meestal binnen 5 tot 10 dagen.
Wanneer de jonge planten groot genoeg zijn om te hanteren, dun ze uit tot een plantafstand van 15 cm. Houd een rijafstand van 40 cm aan, zodat de planten voldoende ruimte hebben om grote knollen te ontwikkelen. Geef regelmatig water, vooral tijdens droge perioden. Laat de grond nooit volledig uitdrogen, omdat dit de groei kan vertragen en de knollen taai of vezelig kan maken. Houd de grond onkruidvrij en maak deze indien nodig voorzichtig los om een goede luchtvoorziening van de wortels te behouden. Voor een langere oogstperiode kunt u iedere 2 tot 3 weken een kleine hoeveelheid zaaien.
De knollen zijn na ongeveer 100 tot 120 dagen oogstrijp. Oogst ze bij voorkeur vóór de eerste strenge vorst. Trek de knollen voorzichtig uit de grond of steek ze los met een spitvork om beschadiging te voorkomen. Draai of snijd het loof direct na de oogst van de knollen af. Bewaar de rammenassen op een koele, droge en vorstvrije plaats, bijvoorbeeld in een kist met licht vochtig zand. Onder deze omstandigheden blijven de knollen 1 tot 2 maanden goed houdbaar. Rammenas groeit het beste op een voedzame bodem die vooraf is verrijkt met compost. Overmatige stikstofbemesting wordt afgeraden, omdat dit vooral veel bladgroei stimuleert en de knolvorming kan verminderen. Planten die in grote bakken of verhoogde plantenbakken worden geteeld, kunnen tijdens het groeiseizoen indien nodig worden bijgevoed met een organische groentemeststof.