Superaquadulce is een biologisch gekweekte, lange, donkergroene, glanzende goed gevulde peul met kleine, lichtgroene, heerlijk zoete boontjes. Deze middellate soort is zeer productief en kan zelfs tegen wat kouder weer, hij moet alleen tegen sneeuw worden beschermd. Tuinboon Superaquadulce is een zeer geliefde, klassieke tuinboon die bekendstaat om zijn vroege oogst, hoge opbrengst en uitstekende smaak. Dit oude en betrouwbare ras wordt al lange tijd geteeld vanwege de mooie, lange peulen en de smakelijke, lichtgroene bonen. Superaquadulce vormt krachtige planten met een stevige groei en produceert lange, donkergroene, glanzende peulen die goed gevuld zijn met meerdere fijne bonen. Deze tuinboon is bijzonder geschikt voor de vroege teelt, omdat de planten goed bestand zijn tegen koelere omstandigheden. Superaquadulce wordt vaak gebruikt voor winter- of vroege voorjaarsteelt en behoort daardoor tot de eerste verse groenten die uit de moestuin geoogst kunnen worden. De planten zijn zeer productief en geven bij een goede verzorging een rijke oogst. Bij strenge vorst of langdurige sneeuw is het verstandig om jonge planten tijdelijk te beschermen. De planten groeien krachtig en hebben een stevige structuur. Afhankelijk van de bodemkwaliteit, verzorging en weersomstandigheden bereiken ze meestal een hoogte van ongeveer 90 - 100 cm. Door de sterke groei blijven de planten doorgaans goed overeind, maar op open of winderige plaatsen kan een lichte ondersteuning met stokken of touw nuttig zijn. Superaquadulce groeit het beste op een zonnige, beschutte plaats in een voedzame en goed doorlatende bodem. De lange peulen bevatten meerdere lichtgroene bonen die zowel jong als volledig ontwikkeld kunnen worden geoogst. Jonge tuinbonen hebben een zachte structuur, een frisse smaak en een lichte zoete toets. Wanneer de bonen verder uitgroeien, ontwikkelen ze een vollere, romige smaak met het typische karakter van een hoogwaardige tuinboon. Door regelmatig te oogsten, stimuleert u de plant om nieuwe peulen te blijven vormen en wordt de oogstperiode verlengd.
Tuinboon Superaquadulce is culinair bijzonder gewaardeerd vanwege de combinatie van een zachte structuur, lichtzoete smaak en romige beet. De bonen zijn heerlijk als zelfstandige groente, maar passen ook uitstekend in uiteenlopende gerechten uit de Nederlandse, mediterrane en internationale keuken. Jonge tuinbonen kunnen eenvoudig worden gekookt en geserveerd met boter, een beetje zout en verse kruiden. Voor een extra verfijnde smaak en een nog zachtere structuur kunnen de bonen dubbel worden gedopt, waarbij het buitenste velletje wordt verwijderd. Hierdoor ontstaat een heerlijk romige textuur en een mildere, verfijnde smaak. Door de veelzijdigheid zijn Superaquadulce tuinbonen geschikt voor veel verschillende bereidingswijzen. Ze kunnen worden gekookt met boter en bonenkruid, maar zijn ook heerlijk gestoofd met bijvoorbeeld ui, spekjes of room. Daarnaast passen ze uitstekend in traditionele tuinbonengerechten, soepen, stoofschotels, salades, pasta’s, risotto’s en ovengerechten. Ook in combinatie met mediterrane ingrediënten zoals olijfolie, tomaat en knoflook komen de smaak en romige structuur prachtig tot hun recht. De bonen kunnen bovendien worden verwerkt tot een romige puree of spread. Ook als gedroogde boon is Superaquadulce zeer geschikt. Na het weken en koken krijgen de bonen een zachte, romige structuur en zijn ze ideaal voor voedzame wintergerechten, stevige soepen en rijk gevulde stoofschotels. De volle, lichtzoete smaak van Superaquadulce combineert uitstekend met verschillende ingrediënten. De boon past bijzonder goed bij vleesgerechten met spekjes, pancetta, ham, kip, lamsvlees en diverse worstsoorten. Ook in combinatie met vis, zoals zalm en kabeljauw, komt de zachte smaak van deze tuinboon goed tot zijn recht. Qua kruiden en smaakmakers sluiten boter, room, bonenkruid, munt, peterselie, basilicum, tijm, rozemarijn, knoflook, zwarte peper, citroen, olijfolie en Parmezaanse kaas uitstekend aan bij deze boon. Een klassieke combinatie is tuinboon Superaquadulce met boter en bonenkruid, waarbij de zachte structuur en lichtzoete smaak van de bonen optimaal naar voren komen. Ook een mediterrane bereiding met olijfolie, knoflook, tomaat en verse kruiden past perfect bij deze tuinboon. Superaquadulce combineert daarnaast uitstekend met andere groenten zoals aardappel, wortel, prei, ui, tomaat, spinazie, asperges, paprika, courgette, champignons en mais. Hierdoor is deze veelzijdige tuinboon geschikt voor zowel eenvoudige dagelijkse gerechten als uitgebreidere maaltijden. Winterharde eenjarige. Hoogte: 90 - 100 cm.
| Productgroep | Peulvrucht zaden |
|---|---|
| Latijnse naam | Vicia faba |
| Zaaihandleiding | Wordt meegeleverd |
| Zaaitijd | januari-maart |
| Oogstperiode | mei-juli |
| Inhoud | 15 zaden |
Binnen zaaien: januari - februari
Buiten zaaien: eind februari - eind maart
Kiemtijd: 3 - 8 weken (afhankelijk van de temperatuur)
Kiemtemperatuur: 5 - 20 °C
Zaaidiepte: 5 - 7 cm
Plantafstand: 15 - 20 cm
Afstand tussen de rijen: 40 - 60 cm
Standplaats: zonnig en beschut
Oogstperiode: mei - juli
Tuinboon kan goed tegen koude temperaturen en kan daarom al vroeg in het seizoen gezaaid kan worden. Voor een extra vroege oogst kunt u de bonen binnen voorzaaien vanaf januari. De zaden hebben een relatief lange kiemperiode, omdat tuinbonen langzaam kiemen en een koelere temperatuur nodig hebben voor een goede ontwikkeling. Voor een vroege oogst kunt u de tuinbonen vanaf januari tot februari binnenshuis voorzaaien. Gebruik hiervoor aparte potjes gevuld met vochtige, luchtige potgrond. Zaai één zaad per potje en plaats het zaad in het midden van de pot. Bedek de zaden met een laag van ongeveer 5 - 7 cm zaaigrond, omdat tuinbonen donkerkiemers zijn en licht tijdens het kiemen moeten vermijden. Zet de potjes niet op een te warme plaats. Tuinbonen hebben juist een koele kiemperiode nodig om zich goed te ontwikkelen. De ideale kiemtemperatuur ligt tussen 5 en 20 °C. Afhankelijk van de temperatuur duurt het meestal 3 tot 8 weken voordat de zaden kiemen. Houd de grond licht vochtig, maar voorkom dat deze te nat wordt. Zodra de jonge planten stevig genoeg zijn en de weersomstandigheden het toelaten, kunnen ze vanaf maart buiten worden uitgeplant. Kies hiervoor een zonnige, beschutte plaats. Hoge tuinbonen kunnen ondersteuning nodig hebben; plaats daarom tijdig stokken of ander ondersteuningsmateriaal. Bescherm jonge planten eventueel met netten om schade door vogels en ander ongedierte te voorkomen.
Direct buiten zaaien kan vanaf eind februari tot eind maart. Kies een zonnige, beschutte plaats met een voedzame, goed bemeste en goed doorlatende bodem. Tuinbonen groeien het beste wanneer ze vroeg worden gezaaid en profiteren van de koelere omstandigheden in het voorjaar. Zaai daarom niet later dan eind maart, omdat de planten koude nodig hebben voor een gezonde groei en goede peulvorming. Zaai de bonen 5 - 7 cm diep. Zaai bij voorkeur in dubbele rijen met ongeveer 23 cm afstand tussen de rijen. Houd tussen iedere dubbele rij een ruimte aan van 40 - 60 cm, zodat de planten voldoende licht, lucht en groeiruimte krijgen. De uiteindelijke plantafstand bedraagt ongeveer 15 - 20 cm. Houd de grond rondom de planten goed onkruidvrij, zodat de tuinbonen voldoende voedingsstoffen en ruimte behouden om zich te ontwikkelen.
Wanneer de planten groter worden, kunnen ze door wind of het gewicht van de peulen omvallen. Ondersteun de planten daarom indien nodig met bamboestokken, touw of ander geschikt materiaal. Vooral op open of winderige plaatsen is dit belangrijk. Zodra de eerste bloemen verschijnen en er ongeveer vier groepjes bloemen aan de plant zitten, of zodra de eerste kleine peulen zichtbaar worden, kunt u de toppen van de planten verwijderen. Dit voorkomt dat de plant onnodig veel energie steekt in bladgroei en zorgt ervoor dat de energie vooral naar de ontwikkeling van de peulen gaat. Daarnaast helpt het verwijderen van de toppen om aantasting door luizen te verminderen. Tijdens droge perioden is het belangrijk om regelmatig water te geven, vooral wanneer de peulen beginnen te groeien. Een gelijkmatig vochtige bodem zorgt voor een betere opbrengst en mooi ontwikkelde bonen. Vermijd echter dat de grond langdurig nat blijft. Bescherm de planten indien nodig met netten tegen vogels en ander ongedierte, vooral tijdens de periode waarin de zaden zich ontwikkelen. De oogstperiode van tuinboon White Windsor loopt meestal van mei tot juli, afhankelijk van het zaaitijdstip en de weersomstandigheden. De bonen kunnen worden geoogst zodra de peulen goed gevuld zijn en de zaden duidelijk voelbaar zijn. Een goede richtlijn is om te oogsten wanneer de peulen stevig gevuld zijn, maar nog fris en groen van kleur. Voor een extra malse smaak kunnen de jonge peulen vroeg worden geoogst. Het is ook mogelijk om de peulen in hun geheel te eten. Oogst ze dan wanneer ze ongeveer vingerdik zijn en nog jong en mals. Tuinbonen zijn zeer geschikt om in te vriezen. Blancheer de gedopte bonen kort voordat u ze invriest. Op deze manier behouden ze hun smaak, kleur en voedingswaarde en kunt u ook buiten het seizoen genieten van uw eigen oogst.